dinsdag 10 november 2009

Het observeren van een les godsdienst

Iedere ochtend worden de lessen gestart met een kort ochtendgebed, waarbij de kinderen van het eerste leerjaar vol enthousiasme aan deelnemen. Hierna volgt meestal het thema van de dag. Vandaag was het thema Allerheiligen en Allerzielen.

De juf heeft de lln. eerst kennis leren maken met het verschil tussen Allerheiligen en Allerzielen. "Welke Heiligen kennen jullie?", vroeg ze? Hierbij moesten de kinderen zelf nadenken over de verhalen die ze reeds in vorige lessen heeft verteld. Daarbij moesten ze af en toe een korte samenvatting geven indien het fout was en maakte de juf. een vgl. naar een andere Heilige.Zelfs Pater Damiaan werd vernoemd door een leerling. Hierop pikte de leeraar even terug op in en plaatste deze in het thema samen met de lln.

Daarna kwam er Allerzielen aan bod. Niemand die blijkbaar wist wat Allerheiligen net inhield, dus volgde de uitleg van de juf., waarbij ieder kind een overleden dierbare persoon mocht noemen en er meer mocht over vertellen.Hierbij komen personen die ze zelf nauwelijks hebben gekend, maar dat hen toch geraakt heeft. Zoals de moeder van een klasgenootje, een klasgenootje van de broer,...Nadat ieder kind aan bod was gekomen mochten ze enkele tekeningen voor deze personen kleuren. Die we naderhand op de graven gingen leggen. Ook werd er even stilgestaan aan het graf van Stijn die de meesten van hen hebben gekend, met een afsluitend gebed.

1 Verken met de kinderen de levensbeschouwelijke dimensie van het leven.Het plaatsen van leven en dood. Wat is doodgaan? Hoe gaan we ermee om? Waar plaatsen we dit binnen het geloof: verschil tussen Allerheiligen en Allerzielen?

2 Wek daarbij hun belangstelling voor elementen van christelijk geloven (traditie).De kinderen denken zelf even na over wat hun ouders ieder jaar doen met allerzielen. Sommige branden een kaarsje voor de gestorvenen, anderen poetsen de graven en plaatsen een bloem. Maar welke bloem is dit? Nadenken over de tradities binnen het christendom.

3 Geef de kinderen kansen om zelf actief te leren, te verkennen, na te denken, te ontdekken...Het plaatsen van personen uit verhalen die ze kennen in het thema. Wat is allerheiligen en allerzielen?Wie is er gestorven die voor jouw dierbaar was; je mama, oma, opa, vriend,...? Hoe denk je nog aan hem/haar, hoe voelde je je toen?

4 Maak verscheidenheid binnen en buiten de klas zichtbaar en relevant voor het leren.Bij het bezoeken van de graven mochten ze hun kleurwerkje leggen bij iemand die ze goed hebben gekend en een kort gebedje zeggen.

5 Bied de kinderen ruimte om hun eigenheid als mens en gelovige te vinden, te uiten, te beleven, te vieren ook.Wie is er gestorven die voor jouw dierbaar was; je mama, oma, opa, vriend,...? Hoe denk je nog aan hem/haar, hoe voelde je je toen? Al deze vragen helpen hun nadenken over hun eigen verwerkingsproces en het verschil tussen leven en dood. Het plaatsen van hun eigen knutselwerkje op een graf dat ze mogen kiezen helpt hierbij. Ook het graf bezoeken van Stijn opent een deur voor ieder van zich.